
Van boom
tot product
Groeien: Maarten Mortier

Groeien: Maarten Mortier
Hardhout dat lokaal groeit, lokaal wordt gezaagd én verkocht. Het was een droom van natuurliefhebber Maarten Mortier. Ruim dertig jaar geleden begon hij zaadjes te planten op biologisch, organisatorisch en economisch vlak. Nu groeit het in Limburg, wordt het gezaagd in Beek en Donk, en ligt het in Deurne in het schap: Hollands Hardhout.
Maarten studeerde economie en plantenteelt, maar de groene vingers? Daar werd hij mee geboren: “Mijn vader was echt een ‘bomendokter’, een expert op het gebied van boomteelt, bosbouw en bosbeheer. Dat heb ik echt meegekregen. Ik wilde heel graag met hem samenwerken, dat was een grote drijfveer. Gelukkig hadden we dezelfde interesses!”
'Kan het nog meer lokaal?'
Het idee: hardhout uit Nederland
Het idee kwam tijdens een studiereis in Hongarije, waar veel Robinia-hout groeit. “Daar dacht ik: Dit is een heel mooi alternatief voor tropisch hardhout, maar kan het nog meer lokaal? Kunnen we daar iets mee, kunnen we het telen in Nederland? Zo is het begonnen.”
Het juiste partnerschap: lokaal en innovatief
Voor het vermarkten van het uiteindelijke hout, zocht Maarten een partner met dezelfde waardes van duurzaamheid en innovatie. Die vond hij in Houthandel Fransen : “In 2004 zijn we gaan samenwerken met Houthandel Fransen. Zij zagen toen al: Er zit echt toekomst in Robinia. In die tijd werd het al wel verkocht in Nederland, maar dat was allemaal import vanuit Hongarije.”
Selectie van de perfecte boom
“Dus ging ik op zoek naar bomen die zich in Nederland goed konden handhaven, die blij zijn in dit klimaat. Nederland heeft een zeeklimaat, tegenover het landklimaat in Hongarije, dus ging ik op zoek naar bomen die hier goed konden gedijen, om die te vermeerderen. Ik croste het hele land door op zoek naar die bomen, om de jaarringen en takafstoting te analyseren. Ook keek ik of ze mooi recht groeiden, én of ze niet te dominant waren met hun wortels. Sommige Robinia-soorten hebben namelijk de neiging zich snel te vermeerderen door zaad en wortels. Dus selecteerde ik genetisch materiaal dat die eigenschap minder sterk heeft.”

Van het lab naar het bos
Toen Maarten het perfecte materiaal had geselecteerd, brak de volgende fase aan: “Ik begon een laboratorium in Frankrijk, waar ik het materiaal heb vermeerderd met in-vitro. Toen hebben we ze geregistreerd en gepatenteerd, waarna ze terugkwamen naar Nederland. Hier zijn ze in een kwekerij geteeld tot ongeveer een halve meter groot, en toen gingen ze het bos in.”
‘We willen echt nieuwe natuur creëren, geen plantagebos’
Inmiddels groeien de bomen in drie bossen in de gemeente Leudal, Midden-Limburg. “Daar is goede grond, waar de Robinia-boom graag en snel groeit. We planten ze vrijwel altijd in menging met inheemse soorten, om echt een nieuwe natuur te creëren, niet alleen een plantagebos. Met zo’n plantagebos heb je zes- of tienduizend van deze bomen op een hectare en verder niks, met als enige doel: snel veel hout maken. Dat zag ik niet zitten. Dit bos is echt een natuurgebied en wordt ook recreatief gebruikt, met wandelpaden en bankjes.”
De toekomst
En blijft het bij die drie bossen? Als het aan Maarten ligt, niet: “Het grote plan is dat we dit soort bossen, waarbij we die ecologische én economische duurzaamheid proberen te bereiken, gaan planten rondom de zogenaamde ‘natuurparels’, de Natura 2000-gebieden. Ze fungeren dan als een bufferzone, een tussenvorm tussen bos en landbouw. Idealiter met struikranden eromheen, die weer heel goed zijn voor de biodiversiteit.”
‘Ik stuur een beetje, en de natuur stuurt een beetje’
“Eerst alleen Robinia, daarna ook Eiken. Zo heb je ook nooit een kaalkap bij oogsten, het bos blijft in stand. Er zit ook een natuurlijke dynamiek in: Ik stuur een beetje, en de natuur stuurt een beetje. Als de natuur zegt: hier wil die Robinia niet groeien, nou, dan groeit er iets anders. Elke bodemsoort is weer anders, dat hangt af van factoren als het waterpeil en de klei.”
‘Bosbouwkundig gebeurt er niet zo heel veel meer in Nederland, zeker niet op innovatief vlak’
Lokaal vakmanschap van begin tot eind
“Dat is het model, en dat is vrij uniek in Nederland. Maar dat geldt eigenlijk voor het hele proces van dit hout. Net als deze zagerij, waar vind je dat nou nog? Bosbouwkundig gebeurt er niet zo heel veel meer in Nederland, zeker niet op innovatief vlak. Daarnaast is de nieuwe natuurwetgeving niet erg soepel. En voor echt grootschalige bossen is Nederland simpelweg te klein.”
Maar juist in dat lokale ziet Maarten de meerwaarde van zijn product: “Ik vind het heel gaaf om samen te werken met Houthandel Fransen, vanaf het begin was er veel enthousiasme en steun. Daarnaast hebben we het bos lokaal, maken we gebruik van de lokale zagerij, én hebben we lokale investeerders. Hoogwaardig FSC-hout met minimaal transport. Dat is echt fantastisch mooi.”
Heb je interesse in Hollands Hardhout, of wil je het eens komen bekijken in Deurne? Neem dan gerust contact op!